ERE-registratie: zonnepanelen kunnen vergoeding voor thuisladen flink verlagen

Een belangrijke verduidelijking van de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) kan grote gevolgen hebben voor particulieren die ERE-certificaten willen ontvangen voor het thuisladen van hun elektrische auto. Uit de recente toelichting van de NEa blijkt dat niet alle geladen kWh’en automatisch meetellen. De hoeveelheid elektriciteit die particulieren mogen laten inboeken, wordt namelijk begrensd door de netto stroomafname uit het elektriciteitsnet. Vooral huishoudens met veel zonnepanelen kunnen hierdoor een aanzienlijk lagere ERE-vergoeding ontvangen dan eerder verwacht.

ENERGIENERDS NIEUWS SAMENVATTING

ERE-registratie samengevat

De NEa verduidelijkt dat particulieren niet meer stroom voor ERE-registratie mogen inboeken dan zij op jaarbasis netto uit het elektriciteitsnet afnemen. Vooral huishoudens met zonnepanelen kunnen daardoor minder vergoeding ontvangen dan het laadvolume doet vermoeden.

Belangrijk:De grens is de laagste waarde van het gemeten laadvolume en de netto netafname (afname minus teruglevering). Het gaat om een verduidelijking van bestaande regels, niet om een aangetoonde nieuwe wetswijziging.

Wat valt op?

  • Ook bij een groen stroomcontract of eigen zonnepanelen geldt het gemiddelde hernieuwbare aandeel van het net.
  • Teruggeleverde stroom verlaagt het maximaal inboekbare laadvolume.
  • In het NEa-voorbeeld is van 3.000 kWh geladen stroom slechts 2.000 kWh inboekbaar.
  • Bij een voorbeeldvergoeding van € 0,15/kWh kan het financiële verschil flink oplopen.
  • Het einde van de salderingsregeling in 2027 heft deze ERE-beperking niet automatisch op.

Niet alle geladen stroom komt in aanmerking voor ERE-registratie

Sinds 1 januari 2026 kunnen particulieren via een erkende inboekdienstverlener een vergoeding ontvangen voor het thuisladen van hun elektrische auto. Deze vergoeding is gebaseerd op ERE-certificaten (Emissiereductie-eenheden), waarmee de bijdrage van hernieuwbare energie aan het vervoer wordt beloond.

Tot nu toe ging bij veel berekeningen van de potentiële opbrengst de aandacht vooral uit naar het aantal kWh dat via een geschikte MID-laadpaal aan de elektrische auto wordt geleverd.

Een belangrijke beperking bleef daarbij onderbelicht.

De Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) verduidelijkt op haar website dat particulieren uitsluitend elektriciteit mogen laten inboeken tot maximaal de hoeveelheid die zij op jaarbasis netto uit het elektriciteitsnet hebben afgenomen.

Dat betekent dat een huishouden bijvoorbeeld 4.000 kWh aan zijn elektrische auto kan leveren, terwijl slechts 2.000 kWh daarvan voor ERE-registratie in aanmerking komt.

Vooral huishoudens met een grote zonnepaneleninstallatie kunnen hiermee te maken krijgen.

Wat zegt de Nederlandse Emissieautoriteit precies?

De NEa beschrijft de beperking in haar officiële vraag-en-antwoordoverzicht over het inboeken van elektriciteit.

Daaruit volgen twee belangrijke uitgangspunten:

  1. Particulieren kunnen uitsluitend laten inboeken op basis van het gemiddelde hernieuwbare aandeel van elektriciteit uit het Nederlandse elektriciteitsnet. Een groen energiecontract of eigen zonnepanelen veranderen dit niet.
  2. Het aantal kWh dat wordt ingeboekt, mag niet hoger zijn dan de netto elektriciteitsafname uit het net gedurende het kalenderjaar.

Het eerste punt was bekend en gaat over de stroommix van 50,4% duurzaam. Het tweede uitgangspunt heeft mogelijk de grootste financiële gevolgen.

De netto elektriciteitsafname wordt bepaald door de totale afname uit het net te verminderen met de teruglevering aan het net.

De praktische formule is daarmee:

Maximaal inboekbaar laadvolume = de laagste waarde van:

  • Het daadwerkelijk gemeten laadvolume van de elektrische auto.
  • De jaarlijkse netafname minus de jaarlijkse teruglevering.

Een huishouden dat meer elektriciteit teruglevert dan het uit het net afneemt, heeft volgens deze berekening geen positief netto afnamevolume om als particulier te laten inboeken.

Dit geldt ook wanneer er gedurende het jaar duizenden kilowatturen via een MID-laadpaal aan de elektrische auto zijn geleverd.

Rekenvoorbeeld van de NEa: 1.000 kWh minder inboekbaar

De NEa geeft zelf een concreet voorbeeld van een particulier met zonnepanelen en een elektrische auto.

GegevensHoeveelheid
Jaarlijkse elektriciteitsafname uit het net2.500 kWh
Jaarlijkse opwek zonnepanelen3.000 kWh
Teruglevering aan het elektriciteitsnet500 kWh
Elektriciteit geleverd aan elektrische auto3.000 kWh
Maximaal inboekbaar voor ERE-registratie2.000 kWh

Hoewel de elektrische auto in dit voorbeeld 3.000 kWh heeft geladen, mag slechts 2.000 kWh worden ingeboekt.

De berekening is eenvoudig:

2.500 kWh netafname − 500 kWh teruglevering = 2.000 kWh.

Hierdoor komt 1.000 kWh van het daadwerkelijk gemeten laadvolume niet in aanmerking voor ERE-registratie. Dat is een vermindering van maar liefst 33,3%.

Wat betekent dit voor de ERE-vergoeding?

De financiële gevolgen kunnen behoorlijk zijn.

Stel dat een particulier jaarlijks 4.000 kWh thuislaadt en daarvoor een netto ERE-vergoeding van € 0,15 per inboekbare kWh ontvangt. Zonder de beperking zou de verwachte vergoeding € 600 per jaar bedragen. Maar wanneer de netto elektriciteitsafname uit het net slechts 2.000 kWh bedraagt, halveert het inboekbare volume.

SituatieInboekbaarVergoeding
Zonder beperking4.000 kWh€ 600
Netto netafname 3.000 kWh3.000 kWh€ 450
Netto netafname 2.000 kWh2.000 kWh€ 300
Netto netafname 1.000 kWh1.000 kWh€ 150
Netto netafname 0 kWh0 kWh€ 0

Berekeningen op basis van een voorbeeldvergoeding van € 0,15 per inboekbare kWh. De daadwerkelijke vergoeding is afhankelijk van onder andere de ERE-marktprijs en de voorwaarden van de inboekdienstverlener.

In dit voorbeeld kan de jaarlijkse vergoeding dus terugvallen van € 600 naar slechts € 150, ondanks dat er daadwerkelijk 4.000 kWh aan de elektrische auto is geleverd.

Voor huishoudens met veel zonnepanelen is dat een belangrijk aandachtspunt bij het berekenen van de verwachte opbrengsten.

Vooral huishoudens met veel zonnepanelen worden geraakt

De beperking kan vooral nadelig uitpakken voor huishoudens die relatief veel elektriciteit zelf opwekken. Denk bijvoorbeeld aan een woning met een grote zonnepaneleninstallatie, een elektrische auto en een thuisbatterij. Door zoveel mogelijk opgewekte elektriciteit direct zelf te gebruiken of tijdelijk op te slaan, kan de netto afname uit het elektriciteitsnet sterk worden beperkt.

Dat is doorgaans financieel aantrekkelijk, zeker met het verdwijnen van de salderingsregeling per 1 januari 2027. Maar voor ERE-registratie ontstaat hierdoor een opvallende situatie.

Hoe minder elektriciteit een huishouden netto uit het elektriciteitsnet afneemt, hoe lager het maximale volume dat voor ERE-registratie in aanmerking komt.

Een huishouden dat vrijwel volledig zelfvoorzienend is, kan daardoor nauwelijks of zelfs helemaal geen ERE-vergoeding ontvangen. Ook wanneer de elektrische auto grotendeels rechtstreeks met zelf opgewekte zonnestroom wordt geladen, geldt voor particuliere ERE-registratie deze beperking. Dat is opvallend, omdat juist deze huishoudens actief bijdragen aan het gebruik van hernieuwbare elektriciteit.

Wat verandert er na het stoppen van de salderingsregeling?

Vanaf 1 januari 2027 verdwijnt de salderingsregeling. Huishoudens ontvangen dan geen volledige verrekening meer tussen hun afgenomen en teruggeleverde elektriciteit. Voor ERE-registratie blijft echter de netto elektriciteitsafname van belang, zoals de NEa die in haar toelichting beschrijft. Dat zijn twee verschillende zaken.

Het verdwijnen van de fiscale salderingsregeling betekent dus niet automatisch dat teruggeleverde elektriciteit voor ERE-registratie buiten beschouwing blijft.

Een huishouden dat in 2027 bijvoorbeeld 4.000 kWh uit het net afneemt en 3.000 kWh teruglevert, houdt volgens de door de NEa beschreven berekening slechts 1.000 kWh netto elektriciteitsafname over. Ook wanneer de elektrische auto in datzelfde jaar 3.500 kWh heeft geladen, is het maximaal inboekbare volume dan 1.000 kWh.

Dat maakt het belangrijk om bij de berekening van de ERE-opbrengsten niet alleen naar de laadpaalgegevens te kijken, maar ook naar de jaarlijkse elektriciteitsafname en teruglevering.

Moet je dan minder zonnestroom gebruiken voor je elektrische auto?

Nee, niet automatisch. Hoewel de ERE-vergoeding lager kan uitvallen, blijft het financieel aantrekkelijk om zelf opgewekte zonnestroom direct te gebruiken.

Bij de keuze tussen laden op zonnestroom en laden vanuit het elektriciteitsnet moet immers ook rekening worden gehouden met de elektriciteitsprijs, energiebelasting, terugleververgoeding en eventuele terugleverkosten. Het zou daarom onverstandig zijn om uitsluitend voor een hogere ERE-vergoeding extra elektriciteit uit het net af te nemen. De totale financiële opbrengst is bepalend.

Voor huishoudens met een dynamisch energiecontract kan het bijvoorbeeld nog steeds aantrekkelijk zijn om de elektrische auto te laden tijdens uren met zeer lage of negatieve elektriciteitsprijzen. Maar de potentiële ERE-vergoeding moet daarbij wel worden berekend op basis van het daadwerkelijk inboekbare volume.

Wat betekent dit voor bestaande ERE-registraties?

De toelichting van de NEa roept ook vragen op over de manier waarop inboekdienstverleners de jaarlijkse ERE-vergoeding voor particulieren berekenen. De NEa geeft namelijk aan dat inboekdienstverleners de hoeveelheid netto ingekochte elektriciteit per particulier moeten kunnen aantonen.

Dat kan bijvoorbeeld aan de hand van de begin- en eindstanden van de elektriciteitsmeter op 1 januari en 31 december. Het is daarmee niet voldoende om uitsluitend het totale laadvolume van de MID-laadpaal vast te leggen. Voor een correcte registratie moet ook worden gecontroleerd of het in te boeken laadvolume binnen de toegestane netto elektriciteitsafname blijft.

Energienerds vindt het belangrijk dat ERE-aanbieders hierover duidelijk communiceren, zodat consumenten vooraf een realistische inschatting kunnen maken van hun jaarlijkse vergoeding.

Conclusie Energienerds: belangrijke beperking die veel consumenten kan raken

De toelichting van de Nederlandse Emissieautoriteit maakt duidelijk dat de ERE-vergoeding voor particulieren niet uitsluitend wordt bepaald door het aantal kWh dat via de laadpaal aan een elektrische auto wordt geleverd.

De jaarlijkse netto elektriciteitsafname uit het net vormt een aanvullende begrenzing.

Voor huishoudens zonder zonnepanelen zal deze beperking doorgaans weinig gevolgen hebben, zolang hun netto netafname hoger is dan het gemeten laadvolume.

Voor huishoudens met veel zonnepanelen kan de impact echter aanzienlijk zijn.

Zeker wanneer de jaarlijkse teruglevering groot is, kan het maximaal inboekbare volume fors lager uitvallen dan het daadwerkelijk geladen aantal kilowatturen.

Ons advies: controleer niet alleen hoeveel elektriciteit je jaarlijks thuislaadt, maar kijk ook naar je totale jaarlijkse netafname en teruglevering. Daarmee kun je een veel realistischer inschatting maken van de ERE-vergoeding waarop je mogelijk recht hebt.

Energienerds zal deze ontwikkeling blijven volgen en onderzoeken hoe de verschillende ERE-aanbieders hiermee omgaan. Ook zullen we onze prijsvergelijker hiervoor gaan aanpassen.

Verder lezen

Bron: Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) – Vraag en antwoord elektriciteit inboeken, onderdeel Hoe werkt het met het aandeel hernieuwbaar bij particulieren?


Belangrijke kanttekening: De NEa beschrijft deze beperking als onderdeel van de geldende inboekregels. Uit de geraadpleegde toelichting blijkt niet wanneer deze specifieke uitleg is gepubliceerd. Het is daarom niet vastgesteld dat sprake is van een nieuwe regelwijziging. Wel kan deze verduidelijking afwijken van de verwachtingen die eerder bij consumenten zijn gewekt.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *